U bent hier:
Veel gesjoemel met asbest, weinig actie!
Controleurs proberen greep te krijgen op misstanden in de asbestbranche. Nauwgezet geven ze de uitkomsten van hun onderzoek door aan de Arbeidsinspectie, die de gegevens opneemt in de landelijke database. Maar waar blijven de maatregelen?
Via Inspectieloket.nl is er een directe link naar 'Inspectieview Bedrijven'. Wie beschikt over een gebruikersnaam en wachtwoord en die intikt op het paarse scherm, krijgt per sms de toegangscode. Welkom in het domein dat tot voor kort alleen toegankelijk was voor ambtenaren van de Arbeidsinspectie.
Het overzicht dat volgt bevat de namen van driehonderd bedrijven die zich door heel Nederland met asbestsanering bezighouden. Samen worden deze jaarlijks drieduizend keer gecontroleerd. Bij overtredingen blijft het bij een formele 'aanwijzing' of 'waarschuwing', een enkele keer volgt een boete.
Eerst een zware overtreding
Zeldzaam is de stillegging van het werk, of de intrekking van het certificaat voor het gehele bedrijf. Daarvoor is een aantal zware overtredingen nodig, en daar kunnen de lokale inspecteurs niet altijd de hand op leggen. Hun zicht gaat niet verder dan de activiteiten van de asbestverwijderaar in hún regio. Wat deze uitspookt in gemeenten die minder stringent controleren, blijft onbekend.
De lokale inspecteurs bellen of mailen daarom regelmatig met de Arbeidsinspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in Den Haag, want daar worden alle controles immers centraal geregistreerd in de database Inspectieview. Weet de Arbeidsinspectie toevallig wat meer van dit bedrijf? Hoe staat de saneerder elders bekend? Zijn er overtredingen samen te voegen?
Zowel gemeenten als certificerende instellingen klagen over de geringe medewerking die zij vervolgens van de Arbeidsinspectie krijgen. In negentig procent van de gevallen horen zij dat hun zaak geen prioriteit heeft. Waarom dat zo is, en welke zaken dan wel belangrijk zijn, blijft onduidelijk. Gefrustreerd leggen ze hun dossier daarom weer op de stapel, en het bedrijf kan doorgaan met waar het mee bezig was: onveilige asbestverwijdering.
Die frustratie zal alleen maar toenemen nu een digitale tocht door Inspectieview een landelijk beeld schetst. Zo komt in de database het bedrijf Van Dijk uit Overloon voor, dat door verschillende inspecteurs 35 keer is gecontroleerd. Zij stelden 35 overtredingen vast, waarvan 14 zware. Ondeugdelijke uitrusting voor personeel, geen juiste verpakkingen die verspreiding van vezels moeten tegengaan, onvoldoende reiniging. In alle gevallen kunnen deze slordigheden zware consequenties hebben voor personeel of omwonenden.
Van Dijk kreeg van de Arbeidsinspectie boetes opgelegd en soms werd het werk tijdelijk stilgelegd. Maar volgens deskundigen had hier minimaal een schorsing van het certificaat moeten plaatsvinden.
Een ander voorbeeld is de asbestverwijderaar Klaassen uit Ewijk, een van de initiatiefnemers van branchevereniging Veras: Vereniging van aannemers in de sloop. Klaassen kreeg 16 keer inspecteurs over de vloer, die 17 overtredingen vaststelden, waarvan 7 zware. Ja, er waren boetes en tijdelijke stilleggingen. Nee, er volgden geen schorsing of intrekking van het certificaat.
Hetzelfde geldt voor de firma Korevaar uit Langerak, waarvan directeur Wim Korevaar vicevoorzitter is van de Vereniging voor Verwijdering van Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen, de VVTB. Korevaar is volgens Inspectieview de afgelopen jaren 24 keer geïnspecteerd, waarbij maar liefst 86 overtredingen werden geconstateerd, waaronder 31 zware. Slechts twee daarvan hadden met asbest te maken, de andere betroffen algemene onveiligheden als het ontbreken van reling op de steigers. Ook Korevaar heeft zijn certificaat nog steeds.
Moedeloos
Gemeenteambtenaren worden er moedeloos van, zo blijkt uit een rondgang langs hun bureaus. Jarenlang kregen zij de zwartepiet toegespeeld als er weer eens werd gewezen op geringe controles op asbestverwijdering, dat grotendeels illegaal gebeurt. Volgens diverse rapporten wordt uit kostenbesparingen 50 tot 80 procent in een zwart circuit afgevoerd; 20 à 80 procent van de saneringen die wel volgens de regels worden uitgevoerd, wordt administratief onjuist afgehandeld. Zo blijven maar heel weinig correcte saneringen over.
Gemeenten controleerden lange tijd te laks. Er waren te weinig ambtenaren, en zij die op pad gingen, waren onvoldoende geschoold. Daarnaast was er op lokaal niveau nogal eens sprake van belangenverstrengeling. Bouwbedrijven die werden betrapt op fouten in de asbestverwerking, waren ook bezig met de bouw van een gemeentehuis of aanleg van woonbuurten en infrastructuur. Te veel toestanden zou die samenwerking geen goed doen.
Klachten over de samenwerking
De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de deskundigheidsbevordering van ambtenaren. Daardoor maken steeds meer gemeenten werk van een gezonde asbestsanering. Maar juist die professionele ambtenaren klagen nu over het gebrek aan medewerking van de Arbeidsinspectie. En dat doen ze niet alleen over het achterhouden van informatie, op rijksniveau is volgens hen geen enkele sturing als het gaat om handhaving binnen de asbestketen.
Toen in 1993 het gebruik van asbest werd verboden, koos Den Haag als het gaat om de verwijdering en verwerking van het al aanwezige asbest in woningen, scholen en bedrijven niet voor een vorm van staatstoezicht, maar voor zelfregulering. De branche moest zelf schoon schip maken. Dat bleek nogal veel gevraagd voor een sector die toen en nu nog vooral bestaat uit papa-en-mama-bedrijven (ondernemingen op de grens van legaal en illegaal).
Certificering in particuliere handen
Om toezicht te houden op de kwaliteit van de verwijderingsbranche werd een certificatenstelsel in het leven geroepen, dat wordt beheerd door de certificerende instellingen. Wil een bedrijf actief worden als asbestsaneerder, dan moet het voldoen aan de eisen die het landelijk vastgesteld certificaat stelt. Bedrijven worden regelmatig door een certificerende instelling gecontroleerd, en als er zaken worden gesignaleerd die niet door de beugel kunnen, volgt een aanwijzing of waarschuwing. In het ergste geval kan het certificaat worden ingetrokken. In combinatie met het werk van de Arbeidsinspectie (Arbo) en de gemeente (eventuele stillegging op grond van de Wet Milieubeheer) zou zo een bonafide verwijdering van alle asbest in Nederland moeten plaatsvinden.
Dat is er niet van gekomen. Voor een groot deel worden de problemen veroorzaakt doordat de certificering in particuliere handen is. Gecontroleerde bedrijven moeten de kosten van inspectie aan de certificerende instantie betalen. Op deze manier is het asbestverwerkende bedrijf feitelijk klant van de certificerende instelling, en brengt deze geld in het laatje. Uit economisch oogpunt is het onverstandig de relatie met intrekking van het certificaat te beëindigen.
Maar er kleeft nog een nadeel aan de harde stappen die een certificaatverstrekker soms moet nemen. De certificeerders die in 'nette' bedrijfstakken wel functioneren, voelen zich in de asbestbranche snel geïntimideerd. En gaat het asbestverwerkende bedrijf in beroep bij de rechter, dan moet de certificerende instelling de juridische kosten dragen.
Onder een andere naam nog eens proberen
En al lúkt het om een malafide bedrijf het certificaat te ontnemen, dan is het voor de overtreder eenvoudig opnieuw te beginnen, onder een andere naam. Zo staat op de website van Stichting Certificaat Asbest (Ascert) dat het intrekken van certificaten registreert, het mooie voorbeeld van het bedrijf Van Gompel Hoeks uit Hapert. Dat verloor in maart 2010 het certificaat, nadat de twee directeuren tot gevangenisstraffen waren veroordeeld omdat ze 'meermalen doelbewust milieuwetten overtraden'. Dezelfde Hoeks is daarna een nieuw bedrijf begonnen, mét een keurig certificaat.
Het kan allemaal. Per 1 februari krijgen de certificerende instellingen ruimere bevoegdheden en moet een door de overheid vastgesteld en verplichtend sanctiestelsel zorgen voor een soort lik-op-stukbeleid in de asbestbranche. Een stap in de goede richting, is een veelgehoorde opinie, al blijft de vraag of de certificering als systeem in deze branche deugt.
In 2011 heeft de Arbeidsinspectie een lijst van 49 slechte asbestverwijderaars opgesteld die extra hard worden aangepakt. Op de zwarte lijst prijken de firma's Van Dijk en Klaassen, bevestigt de inspectie. Geen lokale inspecteur heeft de opsomming nog mogen inzien. Maar dat gaat veranderen. De rechter heeft toestemming gegeven die informatie te delen. Nu nog samenwerken.
Waar zit asbest?
In zo'n zeventig procent van de gebouwen in Nederland komt asbest voor. In zachte isolatieplaten, in cement en leidingen, of in golfplaten daken op schuurtjes en stallen. Zolang de asbestdeeltjes maar vastzitten aan ander materiaal, lijken zij geen gezondheidsprobleem te vormen. Pas als de woning of het bedrijfspand wordt gesloopt, kunnen bij het breken en het vervoer kankerverwekkende vezels vrijkomen.
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal natuurlijke gesteenten met een vezelstructuur. Het is makkelijk te winnen, goedkoop en eenvoudig te verwerken. Toen de Oostenrijker Ludwig Hatschek begin negentiende eeuw een methode ontwikkelde om asbest toe te passen in producten, nam het gebruik een grote vlucht. Asbest werd in die tijd als eerste toegepast in gevelbekleding en dakbedekking als vervanger van leisteen.
In Groot-Brittannië en Duitsland ontstonden al snel verdenkingen tegen asbest vanwege gezondheidsrisico's. Vooral voor de longen is het gevaarlijk. Als de microscopisch kleine vezels worden ingeademd, kan asbest kanker veroorzaken. Sinds 1931 wordt de longziekte Asbestose in Groot-Brittannië als beroepsziekte erkend.
In Nederland waarschuwde de Arbeidsinspectie vanaf de jaren dertig voor asbest. De productie en toepassing ervan gingen echter gewoon door. Tussen 1950 en 1980 werd de stof ook in talrijke producten (warmhoudplaatjes, bloembakken) verwerkt. Pas in 1993 wordt een algeheel verbod op het gebruik van asbest van kracht.
Bron: Trouw.nl (19-1-2012)
Klik op link om het artikel te downloaden.
Download pdf
« vorige pagina
Via Inspectieloket.nl is er een directe link naar 'Inspectieview Bedrijven'. Wie beschikt over een gebruikersnaam en wachtwoord en die intikt op het paarse scherm, krijgt per sms de toegangscode. Welkom in het domein dat tot voor kort alleen toegankelijk was voor ambtenaren van de Arbeidsinspectie.
Het overzicht dat volgt bevat de namen van driehonderd bedrijven die zich door heel Nederland met asbestsanering bezighouden. Samen worden deze jaarlijks drieduizend keer gecontroleerd. Bij overtredingen blijft het bij een formele 'aanwijzing' of 'waarschuwing', een enkele keer volgt een boete.
Eerst een zware overtreding
Zeldzaam is de stillegging van het werk, of de intrekking van het certificaat voor het gehele bedrijf. Daarvoor is een aantal zware overtredingen nodig, en daar kunnen de lokale inspecteurs niet altijd de hand op leggen. Hun zicht gaat niet verder dan de activiteiten van de asbestverwijderaar in hún regio. Wat deze uitspookt in gemeenten die minder stringent controleren, blijft onbekend.
De lokale inspecteurs bellen of mailen daarom regelmatig met de Arbeidsinspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in Den Haag, want daar worden alle controles immers centraal geregistreerd in de database Inspectieview. Weet de Arbeidsinspectie toevallig wat meer van dit bedrijf? Hoe staat de saneerder elders bekend? Zijn er overtredingen samen te voegen?
Zowel gemeenten als certificerende instellingen klagen over de geringe medewerking die zij vervolgens van de Arbeidsinspectie krijgen. In negentig procent van de gevallen horen zij dat hun zaak geen prioriteit heeft. Waarom dat zo is, en welke zaken dan wel belangrijk zijn, blijft onduidelijk. Gefrustreerd leggen ze hun dossier daarom weer op de stapel, en het bedrijf kan doorgaan met waar het mee bezig was: onveilige asbestverwijdering.
Die frustratie zal alleen maar toenemen nu een digitale tocht door Inspectieview een landelijk beeld schetst. Zo komt in de database het bedrijf Van Dijk uit Overloon voor, dat door verschillende inspecteurs 35 keer is gecontroleerd. Zij stelden 35 overtredingen vast, waarvan 14 zware. Ondeugdelijke uitrusting voor personeel, geen juiste verpakkingen die verspreiding van vezels moeten tegengaan, onvoldoende reiniging. In alle gevallen kunnen deze slordigheden zware consequenties hebben voor personeel of omwonenden.
Van Dijk kreeg van de Arbeidsinspectie boetes opgelegd en soms werd het werk tijdelijk stilgelegd. Maar volgens deskundigen had hier minimaal een schorsing van het certificaat moeten plaatsvinden.
Een ander voorbeeld is de asbestverwijderaar Klaassen uit Ewijk, een van de initiatiefnemers van branchevereniging Veras: Vereniging van aannemers in de sloop. Klaassen kreeg 16 keer inspecteurs over de vloer, die 17 overtredingen vaststelden, waarvan 7 zware. Ja, er waren boetes en tijdelijke stilleggingen. Nee, er volgden geen schorsing of intrekking van het certificaat.
Hetzelfde geldt voor de firma Korevaar uit Langerak, waarvan directeur Wim Korevaar vicevoorzitter is van de Vereniging voor Verwijdering van Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen, de VVTB. Korevaar is volgens Inspectieview de afgelopen jaren 24 keer geïnspecteerd, waarbij maar liefst 86 overtredingen werden geconstateerd, waaronder 31 zware. Slechts twee daarvan hadden met asbest te maken, de andere betroffen algemene onveiligheden als het ontbreken van reling op de steigers. Ook Korevaar heeft zijn certificaat nog steeds.
Moedeloos
Gemeenteambtenaren worden er moedeloos van, zo blijkt uit een rondgang langs hun bureaus. Jarenlang kregen zij de zwartepiet toegespeeld als er weer eens werd gewezen op geringe controles op asbestverwijdering, dat grotendeels illegaal gebeurt. Volgens diverse rapporten wordt uit kostenbesparingen 50 tot 80 procent in een zwart circuit afgevoerd; 20 à 80 procent van de saneringen die wel volgens de regels worden uitgevoerd, wordt administratief onjuist afgehandeld. Zo blijven maar heel weinig correcte saneringen over.
Gemeenten controleerden lange tijd te laks. Er waren te weinig ambtenaren, en zij die op pad gingen, waren onvoldoende geschoold. Daarnaast was er op lokaal niveau nogal eens sprake van belangenverstrengeling. Bouwbedrijven die werden betrapt op fouten in de asbestverwerking, waren ook bezig met de bouw van een gemeentehuis of aanleg van woonbuurten en infrastructuur. Te veel toestanden zou die samenwerking geen goed doen.
Klachten over de samenwerking
De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de deskundigheidsbevordering van ambtenaren. Daardoor maken steeds meer gemeenten werk van een gezonde asbestsanering. Maar juist die professionele ambtenaren klagen nu over het gebrek aan medewerking van de Arbeidsinspectie. En dat doen ze niet alleen over het achterhouden van informatie, op rijksniveau is volgens hen geen enkele sturing als het gaat om handhaving binnen de asbestketen.
Toen in 1993 het gebruik van asbest werd verboden, koos Den Haag als het gaat om de verwijdering en verwerking van het al aanwezige asbest in woningen, scholen en bedrijven niet voor een vorm van staatstoezicht, maar voor zelfregulering. De branche moest zelf schoon schip maken. Dat bleek nogal veel gevraagd voor een sector die toen en nu nog vooral bestaat uit papa-en-mama-bedrijven (ondernemingen op de grens van legaal en illegaal).
Certificering in particuliere handen
Om toezicht te houden op de kwaliteit van de verwijderingsbranche werd een certificatenstelsel in het leven geroepen, dat wordt beheerd door de certificerende instellingen. Wil een bedrijf actief worden als asbestsaneerder, dan moet het voldoen aan de eisen die het landelijk vastgesteld certificaat stelt. Bedrijven worden regelmatig door een certificerende instelling gecontroleerd, en als er zaken worden gesignaleerd die niet door de beugel kunnen, volgt een aanwijzing of waarschuwing. In het ergste geval kan het certificaat worden ingetrokken. In combinatie met het werk van de Arbeidsinspectie (Arbo) en de gemeente (eventuele stillegging op grond van de Wet Milieubeheer) zou zo een bonafide verwijdering van alle asbest in Nederland moeten plaatsvinden.
Dat is er niet van gekomen. Voor een groot deel worden de problemen veroorzaakt doordat de certificering in particuliere handen is. Gecontroleerde bedrijven moeten de kosten van inspectie aan de certificerende instantie betalen. Op deze manier is het asbestverwerkende bedrijf feitelijk klant van de certificerende instelling, en brengt deze geld in het laatje. Uit economisch oogpunt is het onverstandig de relatie met intrekking van het certificaat te beëindigen.
Maar er kleeft nog een nadeel aan de harde stappen die een certificaatverstrekker soms moet nemen. De certificeerders die in 'nette' bedrijfstakken wel functioneren, voelen zich in de asbestbranche snel geïntimideerd. En gaat het asbestverwerkende bedrijf in beroep bij de rechter, dan moet de certificerende instelling de juridische kosten dragen.
Onder een andere naam nog eens proberen
En al lúkt het om een malafide bedrijf het certificaat te ontnemen, dan is het voor de overtreder eenvoudig opnieuw te beginnen, onder een andere naam. Zo staat op de website van Stichting Certificaat Asbest (Ascert) dat het intrekken van certificaten registreert, het mooie voorbeeld van het bedrijf Van Gompel Hoeks uit Hapert. Dat verloor in maart 2010 het certificaat, nadat de twee directeuren tot gevangenisstraffen waren veroordeeld omdat ze 'meermalen doelbewust milieuwetten overtraden'. Dezelfde Hoeks is daarna een nieuw bedrijf begonnen, mét een keurig certificaat.
Het kan allemaal. Per 1 februari krijgen de certificerende instellingen ruimere bevoegdheden en moet een door de overheid vastgesteld en verplichtend sanctiestelsel zorgen voor een soort lik-op-stukbeleid in de asbestbranche. Een stap in de goede richting, is een veelgehoorde opinie, al blijft de vraag of de certificering als systeem in deze branche deugt.
In 2011 heeft de Arbeidsinspectie een lijst van 49 slechte asbestverwijderaars opgesteld die extra hard worden aangepakt. Op de zwarte lijst prijken de firma's Van Dijk en Klaassen, bevestigt de inspectie. Geen lokale inspecteur heeft de opsomming nog mogen inzien. Maar dat gaat veranderen. De rechter heeft toestemming gegeven die informatie te delen. Nu nog samenwerken.
Waar zit asbest?
In zo'n zeventig procent van de gebouwen in Nederland komt asbest voor. In zachte isolatieplaten, in cement en leidingen, of in golfplaten daken op schuurtjes en stallen. Zolang de asbestdeeltjes maar vastzitten aan ander materiaal, lijken zij geen gezondheidsprobleem te vormen. Pas als de woning of het bedrijfspand wordt gesloopt, kunnen bij het breken en het vervoer kankerverwekkende vezels vrijkomen.
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal natuurlijke gesteenten met een vezelstructuur. Het is makkelijk te winnen, goedkoop en eenvoudig te verwerken. Toen de Oostenrijker Ludwig Hatschek begin negentiende eeuw een methode ontwikkelde om asbest toe te passen in producten, nam het gebruik een grote vlucht. Asbest werd in die tijd als eerste toegepast in gevelbekleding en dakbedekking als vervanger van leisteen.
In Groot-Brittannië en Duitsland ontstonden al snel verdenkingen tegen asbest vanwege gezondheidsrisico's. Vooral voor de longen is het gevaarlijk. Als de microscopisch kleine vezels worden ingeademd, kan asbest kanker veroorzaken. Sinds 1931 wordt de longziekte Asbestose in Groot-Brittannië als beroepsziekte erkend.
In Nederland waarschuwde de Arbeidsinspectie vanaf de jaren dertig voor asbest. De productie en toepassing ervan gingen echter gewoon door. Tussen 1950 en 1980 werd de stof ook in talrijke producten (warmhoudplaatjes, bloembakken) verwerkt. Pas in 1993 wordt een algeheel verbod op het gebruik van asbest van kracht.
Bron: Trouw.nl (19-1-2012)
Klik op link om het artikel te downloaden.
Download pdf
« vorige pagina








